Bij ons zijn alle soorten verrekijkers
te verkrijgen
Hoe uw verrekijker kiezen?
Wij bieden u een grote keuze aan verrekijkers
aan, die aangepast zijn aan trektochten, aan watersporten, aan de waarneming
van dieren, aan de jacht, aan de bergsport en aan vele soorten van vrijetijdsbesteding.
Om de verrekijker te kunnen kiezen, die het best beantwoordt aan uw behoeften,
is het noodzakelijk de technische eigenschappen van de verschillende modellen
te vergelijken. Hierna volgen enkele definities die u zullen helpen in
uw zoektocht.
Type van verrekijker : porro en in dakvorm
De prisma's en de objectieven zijn de voornaamste
elementen in de transmissie van het licht. Van hun kwaliteit hangt de kwaliteit
af van het waargenomen beeld.
Prisma's
Prisma's
zijn optische glasblokken bestemd om het reliëf te verhogen, waarbij
de belemmering van het instrument wordt gereduceerd.
(A) Porroprisma's
Zij vertegenwoordigen de meest courante constructie.
Het lichaam bevat twee prisma's links en rechts, waarbij de objectieflenzen
geschroefd zijn op het lichaam. Door dat bij een porrokijker de objectieven
verder uitelkaar staan, is de diepte weergave van een porrokijker groter
dan die van een kijker met dakvormprisma's. De beeldkwaliteit van de beste
porrokijkers komt overeen met die van de beste kijkers met dakvormprisma's,
al is een porrokijker over het algemeen goedkoper dan een kijker met dakvormprisma's.
(B) Prisma's in dakvorm
Verrekijkers met prisma's in dakvorm hebben het
oculair en objectief in een lijn staan. Hierdoor zijn ze compacter, maar
is ook de dieptewerking iets minder. De fabrikage van kijkers met prisma's
in dakvorm is duurder dan de fabrikage van porrokijkers.
Lenzen
De kwaliteit van de lenzen en de uitlijning ervan
is erg belangrijk voor de beeldvorming van een verrekijker. Dit verklaart
dat de prijzen van verrekijkers ver uit elkaar kunnen liggen. Als de lenzen
niet goed geslepen zijn, kan het beeld bijvoorbeeld in het midden wel scherp
zijn, maar aan de randen niet. Je hersenen zullen altijd proberen de fouten
van een kijker te compenseren, waardoor een goede kijker minder vermoeiend
werkt dan een slechte.
Coatings
Coatings worden gebruikt om het lichtverlies
door refecties van de lenzen te verminderen. Een kijker met goede coatings
heeft daarom eengrotere helderheid dan een kijker met de zelfde vergroting
en objectiefdiameter, zonder coatings. Over het algemeen worden de volgende
aanduidingen gebruikt om aan te geven welke coatings aangebracht zijn:
C Coated - alleen het objectief is van een coating
voorzien
FC Fully Coated - Alle lenzen en prisma's zijn
van een coating voorzien
FMC Fully Multi Coated - De lenzen en prisma's
zijn van meervoudige coatings voorzien
Verrekijkers van het type FMC geven de meeste
helderheid, contrast en kleurechtheid.
Kijkers met dakvormprisma's zijn soms voorzien
van een anti-phase shifting coatings. Deze zorgen ervoor dat het beeld
aan de randen scherper wordt.
De vergroting, de objectiefdiameter
Het eerste cijfer geeft de vergroting aan (of
het vergrotingsvermogen). Het tweede cijfer geeft de diameter van het objectief
aan in mm. Bijv.: Verrekijker 8x30 = Vergroting 8X - Objectiefdiameter
30 mm. Bijv.: Verrekijker 7-21x40 = Vergroting van 7X tot 21X - Objectiefdiameter
40 mm.
Hoe groter het objectief, des te meer licht de
verrekijker opvangt.
Afstelling van de zichtscherpte
Er bestaan meerdere systemen om de zichtscherpte
af te stellen.
A) Centrale afstelling : De eenvoudigste en snelste
afstelling, wordt gelijktijdig uitgevoerd op de twee oculairs met dezelfde
precisie.
B) Individuele afstelling : Hierdoor krijgt men
de maximum zichtscherpte. Minder snel.
Gezichtsveld
Dit is de breedte van het landschap, waargenomen
door de verrekijker, gelegen op 1000 m van de waarnemer. Hoe groter hij
is, des te comfortabeler de waarneming is. Het gezichtsveld wordt gedefiniëerd
op 1000 m en hij kan worden gegeven in graden of in meters. Het is goed
te weten dat 1° = 17,40 m. Men zegt van een verrekijker dat het een
groothoekverrekijker is vanaf een gezichtsveld van 110 m, dus van 6,32°.
De uitgangspupil / uittredepupil
De uitgangspupil (ook wel uittredepupil genoemd)
wordt gevormd door de lichtbundel die doorheen het objectief naar het oculair
gaat. Hij stemt overeen met de diameter van het beeld dat uit het oculair
komt en de pupil bereikt. Hij wordt bepaald als volgt : het is de verhouding
tussen de objectiefdiameter en de vergroting in mm. Bijv.: Verrekijker
8 X 30, uitgangspupil is 30/8 = 3,75 mm. De menselijke pupil wordt automatisch
geregeld. Buiten, bij vol daglicht, is zijn diameter 2 tot 3 mm. Binnen
is hij 4 tot 5 mm. In de duisternis is hij maximum 7 mm.
De lichtsterkte (schemerindex)
Duidt op het vermogen om een verrekijker te gebruiken
in het halfdonker of bij schemerlicht. Ze wordt vastgesteld door volgende
formule: Het is het kwadraat van de verhouding tussen de objectiefdiameter
en de vergroting, of het kwadraat van de oculaircirkel. Bijv.: Verrekijker
van 7 X 50 mm : (50/7)2 = 7,14 x 7,14 = 50,98 Bij gelijke vergroting is
een verrekijker met grotere diameter helderder. Bij gelijke diameter is
een verrekijker met kleinere vergroting helderder.
De kwaliteit van het optisch glas
Men moet inderdaad weten dat de prisma's gefabriceerd
worden vanaf glasplaat van 3 tot 4 vierkante meter. Hoe meer het midden
van de plaat wordt gebruikt, des te hoger de kwaliteit is van het glas!
Dit heet BAK4. Hij wordt gebruikt voor de duurdere modellen. Het glas dat
wordt gebruikt aan de randen heet BAK7. Dit is meer verspreid en wordt
gebruikt voor de courante modellen.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|